3. Zij woont ___ Amsterdam.
4. Wij ___ elke dinsdag Nederlands.
8. Ik sta elke dag ___ zeven uur op.
9. Kies het juiste antwoord op: «Hoe gaat het?»
10. «De bibliotheek is zondag gesloten.» Wat betekent dit?
11. Gisteren ___ ik thuis.
12. Dit is Maria. ___ komt uit België.
13. Ik hou van koffie, ___ ik drink geen thee.
14. De bus vertrekt ___ tien minuten.
15. Hoeveel ___ deze jas?
16. Ik woon ___ 2024 in Nederland.
17. Als het regent, ___ we thuis.
18. Zij zei dat ze later ___ komen.
19. Ik ben geïnteresseerd ___ talen.
20. Kun je mij ___ met mijn huiswerk?
21. We moeten nu vertrekken, ___ missen we de trein.
22. Hij is ___ dan zijn broer.
23. Ik weet niet ___ hij komt.
24. «De vergadering is uitgesteld tot vrijdag.» Wat betekent dit?
25. Zij ___ aan het koken toen de telefoon ging.
26. Ik verheug me ___ de vakantie.
27. Dat is de man ___ bij de apotheek werkt.
28. We hebben vandaag niet ___ tijd.
29. Ik zoek een plek ___ ik rustig kan werken.
30. Voordat ik hierheen verhuisde, ___ ik al jaren Duits.
31. Hoewel ze moe was, ___ ze door met werken.
32. Hij vroeg me waarom ik zo laat ___.
33. Het is belangrijk dat iedereen de informatie ___.
34. Ik was graag meegegaan, maar ik ___ werken.
35. «De maatregel moet bijdragen aan minder files.» Wat betekent «bijdragen aan»?
36. Kies de meest natuurlijke zin:
37. Zij is gewend ___ vroeg op te staan.
38. Ik twijfel ___ dit de beste oplossing is.
39. Uit het rapport blijkt dat de prijzen sterk zijn ___.
40. Hij nam de bus ___ tijd te besparen.
41. Ik vond de film goed, ___ het einde was wat zwak.
42. Er zijn verschillende redenen ___ het project vertraging opliep.
43. Als ik eerder van het probleem ___, had ik geholpen.
44. Zij vroeg me de deur ___.
45. «Hij uitte zijn bezorgdheid.» Dat betekent dat hij…
46. Het voorstel werd aangenomen, ___ aanzienlijke tegenstand.
47. Het is moeilijk een zekere conclusie te trekken, ___ de gegevens beperkt zijn.
48. Kies de meest precieze formulering:
49. Hij wees de kritiek af als ___.
50. Het nieuwe systeem wordt ingevoerd ___ het volledig is getest.
51. «Er bestaat weinig twijfel over het resultaat.» betekent:
53. We moeten rekening ___ het feit dat de kosten kunnen stijgen.
54. Het argument lijkt op het eerste gezicht overtuigend; ___ berust het op een zwakke aanname.
55. Hij werd bekritiseerd omdat hij belangrijke informatie had ___.
56. Er kunnen vraagtekens worden gezet ___ de representativiteit van het onderzoek.
57. Kies de zin met correcte stijl en syntaxis:
58. «De regeling werd geleidelijk ingevoerd.» betekent dat zij…
59. Hoewel de analyse uitgebreid is, moeten de resultaten ___ worden geïnterpreteerd.
60. Er is niet noodzakelijk een tegenstelling ___ economische groei en milieubescherming.
Lees de tekst en beantwoord de volgende 2 vragen: Hallo! De cursus begint maandag 7 september om 18.00 uur in lokaal 204. Neem je lesboek mee. De eerste avond eindigt de les om 19.30 uur.
61. Wanneer begint de cursus?
62. Wat moeten de cursisten meenemen?
Lees de tekst en beantwoord de volgende 2 vragen: Vanwege onderhoud rijdt metrolijn 4 zaterdag en zondag niet tussen Noord en West. Er rijden vervangende bussen. Reizigers wordt aangeraden extra reistijd in te plannen.
63. Waarom rijdt de metro niet?
64. Wat wordt reizigers aangeraden?
Lees de tekst en beantwoord de volgende 2 vragen: Steeds meer bedrijven werken met een hybride model. Voorstanders wijzen op meer flexibiliteit en minder reistijd. Tegelijkertijd merken managers dat samenwerking en het inwerken van nieuwe medewerkers lastiger kunnen worden wanneer collega's elkaar zelden op kantoor zien.
65. Wat is de hoofdgedachte?
66. Wat wordt als mogelijk probleem genoemd?
Lees de tekst en beantwoord de volgende 2 vragen: Het debat over kunstmatige intelligentie in het onderwijs gaat niet alleen over de vraag of de technologie moet worden toegestaan, maar ook over de manier waarop toetsing moet veranderen nu leerlingen gemakkelijk hulp kunnen krijgen bij het produceren van teksten. Een totaalverbod is moeilijk te handhaven, terwijl onkritisch gebruik het leerproces kan verzwakken. Daarom pleiten verschillende deskundigen voor duidelijke regels, transparantie over het gebruik en opdrachten die sterker inzetten op redeneren en mondelinge vaardigheden.
67. Wat is de hoofdboodschap van de tekst?
68. Waarom wordt een totaalverbod als problematisch gezien?